Eigenschappen paard

Zoals elke diersoort heeft ook het paard een aantal specifieke eigenschappen. Als we hiermee geen rekening houden, kan dit leiden tot gedragsproblemen. Ik zal een aantal eigenschappen noemen van hoe een paard van nature is, en wat de verschillen zijn met hoe wij paarden houden.

Bij de meeste mensen is wel bekend dat het paard een prooidier, vluchtdier, kuddedier, steppedier en sociaal dier is. Het leeft van nature in een harem. Deze bestaat uit 1 hengst en 2 tot 5  merries met nakomelingen tot ca. 3 jaar. Totaal bestaat een harem uit 6-15 dieren. Meerdere harems samen vormen een kudde. Een kudde bestaat dus uit allemaal kleine groepen.  Als de groepen groter worden herkennen de paarden elkaar niet meer. Naast harems bestaan er bachelorbands (een groep jonge hengsten), multiple male bands (een harem met meerdere hengsten), en solitair levende dieren (vooral oudere hengsten). Bij ons worden de paarden niet in echte harems gehouden. Er zijn vele verschillende manieren waarop ze wel gehouden worden, die ik verder niet allemaal zal benoemen. Een ieder kan dit denk ik wel bedenken.

Een merrie in de natuur krijgt in principe elk jaar een veulen. Voor de geboorte van een nieuw veulen mag het oude niet meer drinken. Het gaat in de tussenliggende periode al steeds meer op eigen benen staan. Het veulen is dan dus al bijna een jaar oud. Als het 1,5 tot 3,5 jaar oud is verlaat het de geboorteharem. Daarna wisselt het gemiddeld nog 1,8x  van harem. Spenen gebeurt dus geleidelijk. Sociale en communicatieregels leren de veulens van elkaar èn ook van oudere dieren! Een hengst van 5-7 jr krijgt (verovert) een eigen harem. Bij ons wordt een veulen vaak al op 4-6 maand gespeend. Dit gebeurt niet zo geleidelijk als in de natuur. Bovendien zetten we merries en veulens vaak apart. Als de veulens gespeend zijn gaan ze vaak in groepen leeftijdsgenootjes van hetzelfde geslacht.

Ca. 16 uur  per dag (60%) besteedt een paard aan eten. Het spijsverteringsstelsel is erop gebouwd om 80% van de tijd vol te zitten met voedsel. Paarden lopen de gehele dag en eten kleine beetjes. Grazen, drinken en rusten doen de dieren tegelijkertijd (1 dier is tijdens rust alert). Een paard drinkt 30 tot 50 liter water /dag en heeft een maaginhoud van 15 liter. Rusten doen ze 30-35% van de tijd. Belangrijk hierbij is, dat het paard voor de REM slaap volledig plat moet liggen. Op stal gebeurt dit ongeveer 23 min. per dag tegenover 5 minuten in de natuur. Veulens slapen langer. De tijdsbesteding van onze paarden is sowieso heel anders dan die in de natuur. De meeste paarden staan niet 24/7 op een weide en krijgen minder kleine beetjes eten. De brok en ook hooi/kuil gaat sneller op dan dat ze zelf hun maaltje bijeen scharrelen zoals in de natuur. Terwijl een paard wel constant maagzuur produceert.

Lichaamstaal is bij paarden erg belangrijk. Ze zenden heel veel subtiele signalen uit, die wij als mens heel snel kunnen missen. In een harem of kudde kunnen ze dus heel efficiënt communiceren. Verbaal zijn ze heel stil. Zeker in de natural horsemanship wordt veel gebruik gemaakt van de gevoeligheid van paarden voor lichaamstaal. Een paard zal lichaamstaal over het algemeen eerder oppakken dan iets wat uitgesproken wordt.

Het zicht van een paard is bijna 360 graden, maar het ziet maar een klein gedeelte met 2 ogen. Direct onder de neus en achter/boven zich kunnen ze niks zien. Ze zien dus niet wat ze met hun mond vastpakken en tijdens het lopen zien ze ook hun voorbenen niet. Ze kunnen tegelijk dichtbij en veraf scherp zien. Bedenk eens wat dit voor een paard betekent dat in een trailer moet: het paard kan de klep niet zien, de trailer is voor hem een héél klein gat, waar ook nog eens vaak de mens de ingang blokkeert. In de trailer zelf ziet het paard de zijkanten maar dat is allemaal afgesloten. Daarnaast moet het paard meestal achterwaarts de trailer uit. Achterwaarts doet een paard van nature al zelden. Dit in combinatie van de hele ambiance van de trailer kan dus ook voor problemen zorgen.

Nog even wat verschillen op een rijtje zoals wij paarden houden met de natuur:

–  Zeker op stal vaak geen direct fysiek contact mogelijk (en op stal staan ze in elkaars ‘persoonlijke zone’ en kunnen daar niet uit weg)

–  Heel ander bewegingspatroon

–  Relatief weinig, geconcentreerd voer

–  Tijd vacuüm

Gevolgen kunnen onder andere zijn: kans op sterotypieën/stalondeugden, stress door spenen, maagdarmproblemen. Uiteraard zijn er vele ander factoren van invloed op het ontstaan van probleemgedrag.

Bij de aanschaf van een paard vraagt men zelden naar de geschiedenis/opgroei van het paard. Een gedragstherapeut wil dit juist wel weten! Het geeft aan waar mogelijk probleemgedrag vandaan komt en wat je kunt verwachten.

Basis oorzaken probleemgedrag:

–  Pijn of angst, of angst voor pijn (denk ook aan gebit, zadel, rugproblemen e.d.)

–  Pathologie (bv ziekte, klophengst)

–  Stress wegens chronisch niet kunnen uitoefenen van basaal gedrag

–  Verkeerd ingeprent

–  Verkeerd/niet gesocialiseerd

–  Aangeleerd

–  Aangeleerde angst/agressie

–  Niet begrijpen van signalen

–  Learned helplessness

–  Rang problemen

–  Tekorten in voeding / verkeerde voeding