Scheefheid paard, rechtrichten

Van nature is elk paard scheef, net als wij. Dit is bijvoorbeeld vergelijkbaar met dat wij links- of rechtshandig zijn. Maar dit is niet het enige. Er zijn een aantal scheefheden:

Links- of rechtshandigheid in de voorbenen.

Links- of rechtshandigheid in de achterbenen.

Laterale scheefheid: links of rechtsgebogen zijn in het lichaam.

Horizontale scheefheid: meer gewicht dragen op de voorbenen dan op de achterbenen.

Verticale scheefheid: meer overhangen naar links of naar rechts t.o.v. de grond

Diagonale scheefheid: het ene voorbeen draagt meer gewicht dan het andere

Verhouding voor-achter: de heupen van een paard zijn breder dan de schouders, waardoor het scheef kan lopen

Verhouding bovenlijn/onderlijn: bespiering

Deze scheefheden zijn voor het paard van nature helemaal geen probleem. Echter als we met dit paard gaan werken (zeker met ruitergewicht!) en dit niet corrigeren, kan het wel degelijk tot problemen leiden. Denk hierbij aan niet 1 kant op willen, taktfouten, verkeerde galop, bit vastpakken, hangen op het bit, versnellen, traag zijn, hoofd kantelen, verzet, kreupelheid, enz.

Uiteraard is het ook voor de ruiter belangrijk niet scheef op het paard in te werken.

De natuurlijke scheefheid is een spierenkwestie en kunnen we dus trainen. Dit noemen we ‘rechtrichten’. Hiermee willen we ervoor zorgen dat het paard alle oefeningen aan beide kanten gelijkmatig kan uitvoeren. Stap voor stap trainen we de spieren, zodat het paard soepeler, buigzamer en ‘rechter’ wordt.